Afgelopen week brachten we een bezoek aan de stad Groningen. Via de afsluitdijk, storm en hoge waterstand trotserend.
We hebben een kleine twee dagen de tijd; dat voelt als een Japanner die in een week Europa doet. De Martinitoren is gesloten. Te veel wind. Dat scheelt weer een paar uur. Jammer voor de kinderen, dat wel.
Dan het Groninger Museum. Dat is toch nog wel open?
Onderweg een tweedehands zaakje in. Mijn oog valt op een schoenendoos met oude ansichtkaarten. De meeste kaarten zijn aan de achterzijde voorzien van zeer persoonlijke, doorgaans hoffelijk geformuleerde wensen en berichten. Waar te beginnen in deze schatkist? Random of toch op volgorde? De tijd is beperkt. Dan maar op goed geluk.
Tien cent kostte het verzenden van de kaart die is afgestempeld in Apeldoorn. Adrie schrijft de kaart en heeft karbonade gegeten. Zijn vrouw Jo is ‘thans aan de afwas’ en hij heeft blijkbaar niet de behoefte gevoeld Jo daarbij te helpen. Nee, hij schrijft in prachtige krulletters de kaart aan Koos. Koos is jarig en woont in Amsterdam. In de Egidiusstraat. Komen zij misschien ook uit Amsterdam? Het is duidelijk dat ze op vakantie zijn.
En dan de kaart van Henkie Scheerman uit Zeddam aan zijn oom in Soest. De kaart is bij oom goed aangekomen en oom (of tante?) heeft de moeite genomen de kaart ergens op te prikken. Het gaatje is nog te zien, netjes aan de bovenkant in het midden. Een geruststellende gedachte.

Hoe komen deze kaarten in vredesnaam in Groningen terecht? Wat zouden de auteurs ervan vinden dat hun kaarten na 60 jaar voor 25 eurocent in een winkel te koop worden aangeboden en door onbekenden worden gelezen? En waar zijn mijn gelukwensen die ik vorige week digitaal heb verstuurd over 60 jaar?
Het Groninger Museum is open, het water staat tot een paar centimeter onder de ramen. We hebben genoten van tijdloze kunst.